ECLI:NL:RBDHA:2024:18116
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering paspoortaanvraag wegens ontbreken Nederlanderschap bij geboorte
Eiseres, geboren in Turkije in 1997, vroeg op 6 december 2022 een Nederlands paspoort aan bij de ambassade in Istanbul. De minister van Buitenlandse Zaken weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat eiseres het Nederlanderschap niet door geboorte heeft verkregen; haar vader naturaliseerde na haar geboorte en er was een voorbehoud gemaakt ten aanzien van minderjarige kinderen.
Eiseres stelde dat het beleid te strikt was, onredelijk en in strijd met het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel en jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ook voerde zij aan dat het besluit onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig was en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat het Nederlanderschap een vereiste is voor het verkrijgen van een paspoort en dat het vertrouwen in Nederlandse reisdocumenten gewaarborgd moet blijven. Het beroep op het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel en jurisprudentie over verlies van Nederlanderschap faalde omdat eiseres het Nederlanderschap nooit heeft gehad. De motiverings- en zorgvuldigheidsbeginselen zijn niet geschonden en de hardheidsclausule is niet van toepassing bij paspoortaanvragen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de paspoortaanvraag terecht buiten behandeling is gesteld. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Kleijn op 6 november 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering de paspoortaanvraag in behandeling te nemen wegens ontbreken Nederlanderschap.