Eiser, van Libische nationaliteit, diende in mei 2022 een asielaanvraag in vanwege bedreigingen door een Libische stam en gewelddadige incidenten in zijn woonplaats Murzuq. De minister wees de aanvraag in januari 2024 af wegens ongeloofwaardigheid van de bedreigingsverklaringen.
Op de zitting in september 2024 werd vastgesteld dat de minister ten onrechte een tegenwerping over tegenstrijdigheden inzake telefonische bedreigingen had laten gelden, waardoor het besluit een motiveringsgebrek vertoonde. De rechtbank vernietigt het besluit op dit punt.
Desondanks oordeelt de rechtbank dat de overige bezwaren van de minister tegen de geloofwaardigheid van eisers verhaal terecht zijn en voldoende zijn om de afwijzing te dragen. De rechtsgevolgen van het besluit blijven daarom in stand en de asielaanvraag wordt alsnog afgewezen.
De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten aan eiser van €1.750,-. De uitspraak is gedaan door rechter Heijmans en griffier Brandsma op 1 november 2024.