Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
(gemachtigde: mr. H.A. Jeuring),
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Heeft de minister eisers gestelde problemen vanwege zijn politieke overtuiging en betrokkenheid bij de Hirak-beweging ongeloofwaardig kunnen vinden?
Eiser voert aan dat zijn aanvraag ten onrechte als kennelijk ongegrond [8] is afgedaan, omdat hij een valide reden heeft gegeven waarom hij zich later heeft gemeld. De rechtbank stelt vast dat onder het kopje ‘Aanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend’ al is geoordeeld dat eiser geen goede reden heeft gegeven waarom hij zich niet zo snel mogelijk in Ter Apel heeft gemeld om een asielaanvraag in te dienen. De minister heeft de aanvraag dan ook kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond. De beroepsgrond slaagt niet.
Nu de rechtbank van oordeel is dat de minister eisers aanvraag terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond, was hij ook bevoegd te bepalen dat eiser Nederland onmiddellijk dient te verlaten. [9] Dit maakt dat de minister ook een inreisverbod mocht opleggen. [10] Eiser heeft geen individuele omstandigheden of andere redenen naar voren gebracht om af te zien van het opleggen van het terugkeerbesluit of inreisverbod, of het verkorten daarvan. De beroepsgrond faalt.