ECLI:NL:RBDHA:2024:18178
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroeg ingesteld tegen niet tijdig besluit mvv-aanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis van zijn ouders en broertje. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank beoordeelt het beroep op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting.
De aanvraag werd ingediend op 7 september 2023 en verweerder had uiterlijk op 6 maart 2024 moeten beslissen, rekening houdend met een verlenging van de beslistermijn met drie maanden. Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke op 18 april 2024 en diende het beroep in op 1 mei 2024. Omdat tussen de ingebrekestelling en het beroep geen twee weken zijn verstreken, is het beroep te vroeg ingediend en daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank overweegt dat ook bij een ontvangst van de ingebrekestelling op 17 april 2024, zoals verweerder stelt, de termijn van twee weken nog niet was verstreken op het moment van het beroep. De stelling van eiser dat de ingebrekestelling eerder per post is verzonden wordt niet gevolgd wegens gebrek aan bewijs. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingesteld, nog geen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling.