ECLI:NL:RBDHA:2024:1818

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 januari 2024
Publicatiedatum
15 februari 2024
Zaaknummer
NL23.38932
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin Spanje

De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublin-verordening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 2 januari 2024 samen met een soortgelijke zaak. Omdat de rechtbank op diezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het hoofdberoep (zaaknummer NL23.38931), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.

Het verzoek werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer en griffier M.A.W.M. Engels en is uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.38932
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], mede namen zijn minderjarige zoon
[minderjarige], verzoeker V-nummer: [V nummer]
(gemachtigde: mr. E. Ebes), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: N.L. Schoonbrood).

Procesverloop

Bij besluit van 11 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL23.38931, op 2 januari 2024 op zitting behandeld. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.38931, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
17 januari 2024

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.