Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om bij zijn moeder te verblijven. Deze aanvraag is door de minister van Asiel en Migratie afgewezen op 20 juni 2023. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 9 april 2024 werd afgewezen. Vervolgens stelde verzoeker beroep in tegen het bestreden besluit.
Tegelijkertijd verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het verblijf mogelijk te maken gedurende de beroepsprocedure. De voorzieningenrechter overwoog dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.19235), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de aanvraag voor een voorlopige voorziening daarom moet worden afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.