Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, geboren in 1969 en van Azerbeidzjaanse nationaliteit met een Armeense moeder, diende in december 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Hij vreesde intolerantie bij terugkeer naar Azerbeidzjan vanwege zijn gedeeltelijke Armeense etniciteit en het ontbreken van religie.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag in juli 2024 af, waarbij hij de identiteit en afkomst van eiser erkende, maar oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico liep op vervolging of ernstige schade. De rechtbank bevestigde dit oordeel na beoordeling van de feiten, waaronder het ontbreken van problemen bij eerdere terugkeer voor het verkrijgen van documenten en het ontbreken van registratie van de Armeense etniciteit.
Eiser voerde aan dat de recente geschiedenis en het ambtsbericht onvoldoende waren meegewogen en dat er sprake was van religieuze onderdrukking. De rechtbank stelde vast dat de vrees voor intolerantie wegens religie niet concreet was onderbouwd en dat de wettelijke scheiding tussen religie en staat in Azerbeidzjan en het algemeen ambtsbericht geen aanleiding gaven tot een ander oordeel.
Hoewel het bestreden besluit formeel onjuist was ondertekend door de staatssecretaris in plaats van de minister, was hiervan geen nadeel voor eiser gebleken. De rechtbank veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten aan eiser en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar.