ECLI:NL:RBDHA:2024:18205
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen openbaarmaking visquota-informatie op grond van de Woo
Verzoekers, bestaande uit leden van verschillende coöperaties in de visserijsector, hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris tot (gedeeltelijke) openbaarmaking van informatie over visquota en contingenten op diverse data tussen 2021 en 2022, op grond van de Wet open overheid (Woo).
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 21 oktober 2024 behandeld en direct uitspraak gedaan. De beoordeling van de inhoudelijke gronden van het besluit vereist een meer indringende toetsing die niet in deze voorlopige voorziening kan plaatsvinden. Daarom is de belangenafweging tussen het belang van verzoekers bij schorsing en het belang van verweerder bij onmiddellijke uitvoering centraal gesteld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van verzoekers, die vrezen voor openbaarmaking van concurrentiegevoelige bedrijfsinformatie en de onomkeerbaarheid van openbaarmaking, zwaarder weegt dan het belang van verweerder, die geen bijzondere belangen heeft aangevoerd en zich niet verzet tegen schorsing. Daarom wordt het besluit geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar.
Daarnaast worden de proceskosten van verzoekers vergoed en het griffierecht aan hen terugbetaald. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het besluit tot gedeeltelijke openbaarmaking van visquota-informatie wordt geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar.