ECLI:NL:RBDHA:2024:18215
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij visumafwijzing
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een aanvraag voor een visum kort verblijf. De beslistermijn voor het bezwaar bedraagt negentien weken, gerekend vanaf het einde van de termijn voor het indienen van het bezwaar. De primaire afwijzing dateert van 6 oktober 2023, en de termijn voor het indienen van bezwaar was vier weken, waardoor de beslistermijn eindigde op 16 maart 2024.
Eiser stelde de minister van Buitenlandse Zaken op 2 februari 2024 in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling prematuur was omdat de beslistermijn nog niet was verstreken op het moment van ingebrekestelling.
Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 5 november 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.