Eisers hebben op 3 mei 2023 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De staatssecretaris heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, die met drie maanden was verlengd, op de aanvraag beslist. Eisers hebben de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken, de ingebrekestelling rechtsgeldig is ontvangen en dat sindsdien meer dan twee weken zijn verstreken. Op grond hiervan verklaart de rechtbank het beroep gegrond. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie waarin is geoordeeld dat bij overschrijding van de beslistermijn bij aanvragen om gezinshereniging sprake is van een bijzonder geval.
De staatssecretaris wordt opgedragen binnen zestien weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eisers ter hoogte van €437,50.