Eiser, een Sierra Leoonse asielzoeker, vreesde vervolging door het Poro-genootschap vanwege zijn familiebanden en weigering lid te worden. Na ontvoering en bedreiging vluchtte hij met zijn gezin uit Sierra Leone. Verweerder wees de asielaanvraag af, stellende dat er geen reëel risico op vervolging was en dat eiser niet tot een bepaalde sociale groep behoorde.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het relaas van eiser zonder voorbehoud geloofwaardig heeft bevonden, maar vervolgens onzorgvuldig heeft getoetst of de vrees aannemelijk was. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met eerdere vervolging, de ontvoeringsmishandeling en de kans dat het genootschap op de hoogte raakt van terugkeer. Ook gebruikte verweerder verouderde landeninformatie uit 2011, terwijl eiser recente deskundigenverklaringen overlegde.
De rechtbank volgt eiser dat hij behoort tot een bepaalde sociale groep, namelijk een familie waarvan mannen traditioneel leiders van het genootschap zijn. Het feit dat eiser langere tijd zonder problemen in een plaats verbleef, weegt niet tegen het bestaan van die groep.
Het beroep is gegrond wegens motiverings- en zorgvuldigheidsgebreken in het bestreden besluit. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.