ECLI:NL:RBDHA:2024:18262
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas over seksuele gerichtheid
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende man, verzocht op 29 mei 2022 om een verblijfsvergunning asiel vanwege zijn homoseksuele gerichtheid en de gevaren die hij vreest bij terugkeer naar Nigeria. Hij stelde dat hij vanwege zijn geaardheid en de dood van zijn partner in conflict was gekomen met diens familie en een mensenhandelaar, waardoor hij moest onderduiken en uiteindelijk naar Nederland vluchtte.
Verweerder achtte echter het relaas over de seksuele gerichtheid en de situatie met de mensenhandelaar ongeloofwaardig, omdat eiser summier en oppervlakkig verklaarde over zijn gevoelens, ervaringen en relatie. Ook het rapport van Stichting LGBT Asylum Support werd door verweerder als van geringe waarde beoordeeld. De rechtbank volgde verweerder in zijn oordeel en vond dat eiser onvoldoende diepgang gaf in zijn verklaringen, waardoor hij niet als vluchteling kon worden aangemerkt.
Eiser voerde aan dat hij het voordeel van de twijfel verdiende en dat zijn referentiekader onvoldoende in acht was genomen, maar de rechtbank vond dat verweerder hier wel degelijk rekening mee had gehouden. Het beroep richtte zich primair op het ongeloofwaardig vinden van de seksuele gerichtheid, en de rechtbank vond geen reden om het besluit te vernietigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.