ECLI:NL:RBDHA:2024:18288

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 november 2024
Publicatiedatum
8 november 2024
Zaaknummer
NL24.32104
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:8 AwbArt. 3:41 AwbArt. 69 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring bezwaar wegens te late indiening

Deze uitspraak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 19 juli 2024, waarin het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk is verklaard vanwege te late indiening. Het bezwaar had uiterlijk op 8 januari 2024 ontvangen moeten zijn, maar werd pas op 17 januari 2024 ontvangen.

Eiser stelde dat het bezwaarschrift gedateerd was op 5 januari 2024 en verwees naar een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven over verschoonbaarheid bij termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelde echter dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaar tijdig was verzonden en dat een mogelijke vertraging in de postbezorging onvoldoende was onderbouwd.

De rechtbank achtte de termijnoverschrijding van negen dagen niet gering en volgde verweerder in het standpunt dat eiser voldoende op de hoogte was gesteld van zijn rechtspositie. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige indiening van het bezwaarschrift zonder verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.32104
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. A.J.M. Mohrmann),

en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 19 juli 2024.
1.1
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Overwegingen

2. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend.
3. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen vier weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 6:8 van Pro de Awb). In artikel 3:41 van Pro de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 11 december 2023. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op
8 januari 2024 door verweerder ontvangen moeten zijn. Verweerder heeft het bezwaarschrift ontvangen op 17 januari 2024. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat verweerder het bezwaar niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. Eiser beroept eiser zich op de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 30 januari 20241, waarin het CBb oordeelt dat er bij de beoordeling van de verschoonbaarheid van een termijnoverschrijding meer rekening moet worden gehouden met bijzondere omstandigheden. Daarnaast kan niet tijdig indienen van een
1. ECLI: NL:CBB:2024:31.
bezwaar- of beroepschrift niet aan de indiener worden toegerekend als deze daarvan geen verwijt kan worden gemaakt. In dit verband heeft eiser aangevoerd dat zijn bezwaarschrift is gedateerd op 5 januari 2024, dus binnen de bezwaartermijn. Verder is eiser de Nederlandse taal niet goed machtig en is hij juridisch een leek. Ook heeft hij aangevoerd dat zijn belang bij de bezwaarprocedure zeer groot is en dat er hoe dan ook sprake is van niet meer dan een geringe verwijtbaarheid.
5. De rechtbank volgt dit standpunt van eiser niet. Weliswaar is het bezwaarschrift gedateerd op 5 januari 2024, maar daarmee heeft eiser nog niet aannemelijk gemaakt dat hij het bezwaarschrift ook daadwerkelijk op die dag of in ieder geval vóór 8 januari 2024 heeft verzonden. Dat ligt ook niet voor de hand, aangezien het bezwaarschrift pas op
17 januari 2024 bij verweerder is bezorgd. De enkele, niet nader toegelichte, stelling van eiser dat een vertraging in de postbestelling hieraan wellicht debet is geweest, volstaat niet. Verder acht de rechtbank een overschrijding van de bezwaartermijn van negen dagen niet “gering”. De rechtbank volgt verweerder verder in diens standpunt dat eiser afdoende op de hoogte is gesteld van zijn rechtspositie en de wijze waarop hij gebruik kon maken van een rechtsmiddel. Niet ten onrechte stelt verweerder zich op het standpunt dat het voor rekening en risico van eiser komt om hiervan tijdig gebruikt te maken. Het beroep is kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf rechter, in aanwezigheid van
L.M. Kalkman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
05 november 2024

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.