ECLI:NL:RBDHA:2024:18308
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid in asielprocedure wegens niet tijdig beslissen ongegrond verklaard
Opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 3 oktober 2024, waarin zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank had geoordeeld dat de ingebrekestelling prematuur was ingediend, waardoor het beroep niet ontvankelijk was.
In het verzet stelde opposant dat er sprake is van divergentie in de rechtspraak over de geldigheid van de verlenging van de beslistermijn met de WBV 2023/3, en verwees naar een uitspraak van een andere zittingsplaats die het verzet gegrond verklaarde. Tevens wees opposant op prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
De rechtbank oordeelt dat deze divergentie en de verwijzing naar andere uitspraken geen aanleiding geven tot redelijke twijfel over het eerdere oordeel. Er zijn geen nieuwe argumenten aangevoerd die bij een normale behandeling tot een ander oordeel zouden leiden. De eerdere uitspraak blijft daarom ongewijzigd en het verzet wordt ongegrond verklaard.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring blijft gehandhaafd.