ECLI:NL:RBDHA:2024:18311

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 oktober 2024
Publicatiedatum
8 november 2024
Zaaknummer
NL24.29150
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na behandeling beroep

Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en migratie bij besluit van 15 juli 2024 als kennelijk ongegrond is afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek tot voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening aangehouden wegens het ontbreken van een tolk op de eerste zitting en heeft het verzoek vervolgens samen met een gerelateerde zaak op 12 september 2024 behandeld. Op 7 oktober 2024 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep in de hoofdzaak.

Omdat de hoofdzaak inmiddels is behandeld en de rechtbank uitspraak heeft gedaan, is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en een voorlopige voorziening niet meer nodig is.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.29150
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. F.S. Boedhoe),
en
de minister van Asiel en migratie (voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. S.H.J. Muijlkens).

Procesverloop

Bij besluit van 15 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verzoeker is verschenen op de zitting van 4 september 2024. Omdat er geen tolk aanwezig was, heeft de voorzieningenrechter het verzoek aangehouden tot 12 september 2024. Op 12 september 2024 heeft de voorzieningenrechter het verzoek, tezamen met de zaak met zaaksnummer NL24.29149, op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M.K. Abshidze. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.29149, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens - Kleijn, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
07 oktober 2024

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.