Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan eiser.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het afwijzen van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en een opgelegd inreisverbod van twee jaar. De minister heeft het bezwaar opnieuw afgewezen, waarna verzoeker beroep instelde. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval de minister binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker belang heeft bij het afwachten van de beslissing op zijn bezwaar in Nederland. Gezien de noodzaak voor de minister om opnieuw te beslissen, wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. De uitzetting wordt verboden tot vier weken na de beslissing op het bezwaar.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.