ECLI:NL:RBDHA:2024:18365
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voorschot schadevergoeding na verkoop inbeslaggenomen auto
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres een voorschot op schadevergoeding van de Staat nadat haar auto, in beslag genomen in een strafrechtelijk onderzoek waarbij haar partner verdachte is, door het Openbaar Ministerie (OM) is verkocht. Eiseres stelt dat het OM onrechtmatig heeft gehandeld door de auto in beslag te nemen en te verkopen terwijl zij zelf aanvankelijk niet als verdachte werd beschouwd.
De rechtbank overweegt dat de beklagprocedure ex artikel 552a Sv reeds inhoudelijk heeft geoordeeld over de rechtmatigheid van het conservatoir beslag op de auto en dat eiseres geen rechtsmiddel tegen die beslissing heeft ingesteld. Hierdoor kan de civiele rechter niet inhoudelijk oordelen over de beslaglegging. Tevens is geoordeeld dat het OM bevoegd was tot vervreemding van de auto op grond van artikel 117 Sv Pro, waarbij de belangenafweging in redelijkheid is gemaakt gezien de waardedaling en opslagkosten.
De verkoop via openbare veiling is passend om een marktconforme prijs te verkrijgen. Hoewel de verkoopprijs lager was dan de taxatiewaarde, is dit verschil niet zodanig dat sprake is van een onredelijk lage opbrengst. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het OM onrechtmatig heeft gehandeld. De vordering tot betaling van een voorschot op schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot betaling van een voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van onrechtmatig handelen door het OM.