ECLI:NL:RBDHA:2024:1837
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting horeca-inrichting na explosies
Verzoeker is eigenaar van een horecagelegenheid in Den Haag waar in korte tijd twee explosies plaatsvonden, waarbij ramen werden vernield en aanzienlijke schade ontstond. De burgemeester sloot de inrichting voor drie maanden op grond van de Algemene plaatselijke verordening (APV) vanwege de ernstige verstoring van de openbare orde en het woon- en leefklimaat.
Verzoeker betwist de directe relatie tussen de incidenten en zijn horeca-inrichting en stelt dat het vandalisme betreft, waarbij hij zelf slachtoffer is. Hij vindt de sluiting onterecht en punitief. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat de explosies duidelijk gericht waren op de horeca-inrichting en dat de burgemeester bevoegd was om de sluiting op te leggen.
De rechter stelt dat de sluiting noodzakelijk is om de openbare orde te herstellen en herhaling te voorkomen, mede gezien de locatie midden in een woonwijk en de ernst van de incidenten. De belangen van de openbare orde wegen zwaarder dan die van verzoeker. De voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de sluiting blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen sluiting horeca-inrichting wordt afgewezen; sluiting blijft gehandhaafd.