ECLI:NL:RBDHA:2024:18372
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelt dat verweerder niet tijdig heeft beslist en dat de verlenging van de beslistermijn onder WBV 2023/3 niet geldig is, omdat volgens hem niet voldaan is aan de voorwaarden van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet noodzakelijk was en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen hier geen bezwaar tegen maakten. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden onder WBV 2023/3 terecht is toegepast vanwege de situatie zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000.
Aangezien eiser zijn asielaanvraag op 29 oktober 2023 heeft ingediend, valt zijn aanvraag onder de verlengde beslistermijn. De ingebrekestelling van 22 mei 2024 is daarom te vroeg ingediend, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend onder de verlengde beslistermijn van WBV 2023/3.