ECLI:NL:RBDHA:2024:184
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens verleende asielvergunning
Verzoeker diende op 9 juni 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het niet tijdig beslissen stelde verzoeker de staatssecretaris in gebreke en stelde beroep in tegen het uitblijven van een besluit. Op 14 december 2023 verleende de staatssecretaris alsnog een verblijfsvergunning geldig tot 9 juni 2027.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank stelde de staatssecretaris in de gelegenheid te reageren, maar er kwam geen reactie.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris aan het beroep was tegemoetgekomen en kende het verzoek om proceskostenveroordeling toe. De proceskosten werden vastgesteld op € 437,50 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoeker.