Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn echtgenote in het kader van nareis. Nadat de minister van Asiel en Migratie de aanvraag op 4 april 2024 afwees, trok verzoeker het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist en dat de afwijzing tijdens het beroep plaatsvond, waardoor de minister geheel aan het beroep tegemoet was gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen.
De proceskosten werden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor 'licht', gezien het beroep alleen betrekking had op het niet tijdig beslissen. De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 437,50 aan proceskosten na intrekking van het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag.