ECLI:NL:RBDHA:2024:18695
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring en afwijzing schadevergoeding
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, werd op 5 juni 2024 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 8 november 2024 zonder zitting. De beoordeling richtte zich op de rechtmatigheid van de maatregel sinds het sluiten van het laatste onderzoek op 5 september 2024. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde en dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende voortvarend te werk ging, met drie rappels aan de Marokkaanse autoriteiten en vertrekgesprekken met eiser. Tevens weegt mee dat eiser geen medewerking verleent aan zijn uitzetting. De ambtshalve toetsing leidde niet tot onrechtmatigheid van de maatregel.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.