ECLI:NL:RBDHA:2024:18696
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na behandeling beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 19 juni 2024 niet-ontvankelijk werd verklaard. Tegen dit besluit is beroep ingesteld bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening, ingediend naast het beroep, op 7 oktober 2024 behandeld. Tijdens deze zitting waren zowel verzoeker als de minister vertegenwoordigd door hun gemachtigden.
Op dezelfde dag als deze uitspraak, 13 november 2024, heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.22631). Hierdoor acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter V.A.G. van Dijk en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.