De heer verzoeker heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege problematische schulden. De rechtbank beoordeelde dit verzoek tijdens een zitting op 28 oktober 2024, waar ook schuldhulpverleners en een financieel begeleider aanwezig waren.
De rechtbank stelt dat een WSNP-verzoek in beginsel moet worden voorafgegaan door een deugdelijke poging tot buitengerechtelijke schuldregeling, ondersteund door een zogenoemde 285-verklaring. In deze zaak ontbrak een dergelijk aanbod aan schuldeisers. Verzoeker beriep zich op dakloosheid en het vermoeden dat niet alle schuldeisers waren benaderd, maar de rechtbank vond dit niet aannemelijk omdat verzoeker sinds anderhalf jaar een vaste woonplaats heeft en geen brieven van andere schuldeisers ontving.
Verder benadrukte de rechtbank dat een schuldenaar een zo goed mogelijk overzicht van zijn schuldenlast moet geven, wat in deze zaak niet voldoende is gebeurd. Er waren bovendien mogelijkheden om een crediteurenlijst op te vragen uit een eerder faillissement. Gezien deze omstandigheden concludeert de rechtbank dat het verzoek niet voldoet aan de vereisten en verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn WSNP-verzoek.