ECLI:NL:RBDHA:2024:18758
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en niet-ontvankelijkheid WSNP-verzoek wegens ontbreken begin schuldhulpverlening
Mevrouw heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te verkrijgen die de ontruiming van haar woning voor zes maanden zou verbieden, vanwege een dreigende ontruiming door de verhuurder. Tevens diende zij een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
De rechtbank oordeelt dat de voorlopige voorziening bedoeld is om een adempauze te creëren die de schuldenaar in staat stelt het minnelijk schuldsaneringstraject voort te zetten of te starten. In deze zaak is echter niet gebleken dat een dergelijk minnelijk traject daadwerkelijk is gestart of op zeer korte termijn zal worden aangevangen. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat mevrouw financieel stabiel is, mede doordat zij als zzp’er wisselende inkomsten heeft en niet heeft geprobeerd in loondienst te treden.
Verder is het WSNP-verzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat de vereiste stukken ontbreken en er geen reden is om het verzoek aan te houden voor aanvulling. De rechtbank concludeert dat de voorwaarden voor het verlenen van een voorlopige voorziening en het ontvankelijk verklaren van het WSNP-verzoek niet zijn vervuld.
De rechtbank wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af en verklaart het WSNP-verzoek niet-ontvankelijk. De beslissing is op 11 november 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoek voorlopige voorziening afgewezen en WSNP-verzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken begin schuldhulpverlening en financiële stabiliteit.