Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2024:18766

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 november 2024
Publicatiedatum
14 november 2024
Zaaknummer
NL24.40436
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.S. Gaastra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000C1/2.13 Vreemdelingencirculaire 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling rechtmatigheid maatregel bewaring en terugkeerbesluit in vreemdelingenrecht

De rechtbank Den Haag heeft op 5 november 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De maatregel was gebaseerd op een terugkeerbesluit van 15 oktober 2024. Eiser betoogde dat het terugkeerbesluit niet rechtsgeldig aan hem was bekendgemaakt omdat hij pas op 15 oktober 2024 kennis had genomen van het besluit en op 28 augustus 2023 met onbekende bestemming was geregistreerd.

De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit wel op de juiste wijze was bekendgemaakt aan de gemachtigde van eiser, die hem in de asielprocedure had bijgestaan. De enkele stelling van eiser dat zijn advocaat geen contact met hem had onderhouden was onvoldoende om de bekendmaking te betwisten. Bovendien kon het besluit niet persoonlijk aan eiser worden uitgereikt vanwege zijn onbekende verblijfplaats.

De rechtbank concludeerde dat aan de maatregel van bewaring een geldig terugkeerbesluit ten grondslag lag en dat er geen andere gronden waren om de rechtmatigheid van de maatregel te betwijfelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen wegens rechtmatige bekendmaking en geldigheid van het terugkeerbesluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.40436

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2024 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. M.O. Wattilete),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. H.R. Nobel).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 15 oktober 2024, waarin de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) heeft opgelegd. Dit beroep moet ook worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
1.1
De rechtbank heeft het beroep op 29 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser (via een beeldverbinding), bijgestaan door zijn gemachtigde, en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of het opleggen van de maatregel van bewaring rechtmatig is. Zij doet dat onder meer aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. Het beroep is ongegrond. Het opleggen van de maatregel van bewaring is niet onrechtmatig. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Is het terugkeerbesluit op de juiste wijze aan eiser bekendgemaakt?
4. Eiser voert aan dat aan de maatregel van bewaring geen rechtsgeldig terugkeerbesluit ten grondslag ligt, omdat het terugkeerbesluit niet op de juister wijze aan hem is bekendgemaakt. Uit het dossier blijkt niet dat het terugkeerbesluit aan eiser is uitgereikt. Daarnaast is eiser op 28 augustus 2023 met onbekende bestemming geregistreerd. Hij heeft van het terugkeerbesluit pas op 15 oktober 2024 kennisgenomen, zodat vanaf die datum pas de vertrektermijn van 28 dagen is gaan lopen.
4.1
De rechtbank volgt de stelling van eiser dat het terugkeerbesluit niet op de juiste wijze aan hem bekend zou zijn gemaakt niet. Uit het digitale dossier blijkt dat de meeromvattende beschikking van 1 september 2023 (afwijzing asielaanvraag en terugkeerbesluit) naar de gemachtigde die eiser in de asielprocedure heeft bijgestaan is verzonden. Eiser heeft niet betwist dat deze gemachtigde hem in de asielprocedure heeft bijgestaan. Het terugkeerbesluit is daarmee overeenkomstig C1/2.13 van de Vreemdelingencirculaire 2000 op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt. De enkele stelling van eiser dat zijn advocaat geen contact met hem heeft onderhouden is onvoldoende. Het is aan eiser om contact te onderhouden met zijn gemachtigde zodat hij kennis had kunnen nemen van het betreffende besluit. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het terugkeerbesluit überhaupt niet aan eiser in persoon kon worden uitgereikt, omdat hij op 28 augustus 2023 met onbekende bestemming is vertrokken. Gelet op het voorgaande ligt aan de maatregel van bewaring een geldig terugkeerbesluit ten grondslag.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?
5. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden van deze maatregel niet is voldaan. [1]

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Rashid, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vergelijk HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.