ECLI:NL:RBDHA:2024:18770
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortzetting maatregel van bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft op 12 juli 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder op 26 augustus 2024 geoordeeld dat deze maatregel tot dat moment rechtmatig was. In dit vervolgberoep toetst de rechtbank of de maatregel sinds het sluiten van het onderzoek op 20 augustus 2024 nog steeds rechtmatig is.
Eiser heeft verzocht om te worden gehoord, maar de rechtbank heeft dit verzoek afgewezen omdat het horen in vervolgberoepen niet verplicht is en de stukken voldoende informatie bieden. Eiser betoogt dat er onvoldoende zicht is op uitzetting naar Algerije vanwege de nog in behandeling zijnde laissez passer-aanvraag en het vermeende gebrek aan voortvarendheid van de minister.
De rechtbank oordeelt dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt, aangezien de aanvraag in behandeling is en enige tijd gegund moet worden aan de Algerijnse autoriteiten. Bovendien heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn situatie afwijkt van de algemene praktijk. De rechtbank constateert dat eiser zelf onvoldoende inspanningen verricht om zijn terugkeer te bespoedigen. Ook is er geen bewijs dat de minister onvoldoende voortvarend handelt; er vinden maandelijks vertrekhandelingen en rappelacties plaats.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring rechtmatig blijft en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek tot schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.