Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie heeft op 11 juli 2024 een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd aan eiser, die van Algerijnse nationaliteit is. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld zonder nader onderzoek ter zitting.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek op 23 juli 2024 rechtmatig was. Eiser voerde aan dat vanwege de vermeende duur van meer dan zes maanden een verzwaarde belangenafweging had moeten plaatsvinden, die volgens hem ontbrak. De rechtbank stelde echter vast dat de feitelijke bewaring nog geen zes maanden duurde en dat de minister daarom niet verplicht was een verzwaarde belangenafweging kenbaar te maken.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser niet had voldaan aan zijn medewerkingsplicht aan zijn uitzetting, onder meer door weigering tot presentatie in persoon. Algerije had een laissez passer verstrekt en een vlucht was geboekt. Dit maakte het voortduren van de maatregel gerechtvaardigd. De rechtbank oordeelde dat de minister niet in strijd had gehandeld met het evenredigheidsbeginsel en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.