ECLI:NL:RBDHA:2024:1879
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, een Bahreinse transgender moslim, diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens het Dublin-verdrag.
Eiser voerde aan dat hij in Frankrijk onvoldoende bescherming zou krijgen vanwege zijn transgenderstatus en religie, en dat de staatssecretaris ten onrechte aan zijn bezwaren voorbijging. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Frankrijk een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest.
De rechtbank baseerde zich op het interstatelijke vertrouwensbeginsel en recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De enkele stellingname van eiser, zonder persoonlijke onderbouwing, volstaat niet om de hoge drempel van zwaarwegendheid te halen.
Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.