ECLI:NL:RBDHA:2024:18792

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 november 2024
Publicatiedatum
14 november 2024
Zaaknummer
NL24.40573 & NL24.40574
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42, vierde lid, aanhef en onder b, Vreemdelingenwet 2000WBV 2023/3
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdig beslissen op asielaanvragen door te vroeg ingediend beroepschrift

Eisers hebben op 4 mei 2023 asielaanvragen ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden liep oorspronkelijk af op 4 november 2023, maar is door een geldige verlenging van negen maanden op grond van de WBV 2023/3 verschoven naar 4 augustus 2024.

Eisers stelden de minister van Asiel en Migratie op 7 oktober 2024 rechtsgeldig in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Vervolgens dienden zij op 17 oktober 2024 hun beroepen in tegen het uitblijven van besluiten. De rechtbank oordeelt dat tussen de ingebrekestelling en het indienen van de beroepen geen twee weken zijn verstreken, waardoor de beroepen te vroeg zijn ingediend.

Daarom verklaart de rechtbank de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 13 november 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De beroepen tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvragen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende beroepschriften.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.40573 en NL24.40574

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1], eiser,

v-nummer: [V-nummer 1]

[eiser 2], eiser,

v-nummer: [V-nummer 2]
samen: eisers
(gemachtigde: mr. J. de Jong)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben op 17 oktober 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op hun asielaanvragen van 4 mei 2023.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eisers hebben op 4 mei 2023 asielaanvragen ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in geval van eisers op 4 november 2023 eindigen. Verweerder heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2023/3 [2] de beslistermijn verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eisers pas op 4 augustus 2024 zou eindigen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 19 april 2024 [3] geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2023/3 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. [4] De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Deze verlenging is daarom rechtsgeldig.
3. Eisers hebben verweerder op 7 oktober 2024 rechtsgeldig in gebreke gesteld. Dit laat onverlet dat de beroepen tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvragen kennelijk niet-ontvankelijk is. Eisers hebben de beroepen op 17 oktober 2024 ingediend. Tussen de ingebrekestelling en het indienen van de beroepschriften zijn geen twee weken verstreken. De beroepschriften zijn dus te vroeg ingediend. Daarom zijn de beroepen van eisers tegen het uitblijven van besluiten op hun asielaanvragen kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 13 november 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van S.A. Sewratan, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235.
4.Vreemdelingenwet 2000.