ECLI:NL:RBDHA:2024:18809

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 oktober 2024
Publicatiedatum
14 november 2024
Zaaknummer
C/09/673386 / KG ZA 24-903
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:207 lid 1 BWArt. 7:208 BWArt. 7:220 lid 1 BWArt. 6:119 BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot toelaten onderzoek en herstel lekkage in huurwoning met mogelijke tijdelijke ontruiming

Woonstichting Stek vordert in kort geding dat haar huurder medewerking verleent aan onderzoek en herstel van een lekkage in de huurwoning. De huurder weigert medewerking, waardoor Stek het onderzoek en de werkzaamheden niet kan uitvoeren. De voorzieningenrechter oordeelt dat Stek een spoedeisend belang heeft en dat de vordering kans van slagen heeft in de bodemprocedure.

De rechter stelt vast dat de huurder op grond van artikel 7:220 lid 1 BW Pro verplicht is dringende werkzaamheden toe te laten. Stek heeft meerdere pogingen gedaan om een afspraak te maken, maar zonder resultaat. Daarom wordt de huurder veroordeeld tot het gedogen van het onderzoek en herstelwerkzaamheden.

Indien de huurder weigert medewerking te verlenen, wordt zij veroordeeld tot tijdelijke ontruiming van de woning, voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de werkzaamheden. De rechter beperkt deze ontruimingsplicht tot de duur en delen van de woning die concreet kenbaar worden gemaakt. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot het gedogen van onderzoek en herstel van lekkage en tot tijdelijke ontruiming bij weigering medewerking.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel - voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/09/673386 / KG ZA 24-903
Vonnis in kort geding van 24 oktober 2024
in de zaak van
WOONSTICHTING STEK, te Hillegom,
eiseres,
hierna te noemen: Stek,
advocaat: mr. E. de Ruiter,
tegen
[gedaagde], te [woonplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Stek heeft op 7 oktober 2024 de dagvaarding doen uitbrengen overeenkomstig de aangehechte kopie en heeft ter zitting van 21 oktober 2024 bij de daarin opgenomen eis volhard.
1.2.
[gedaagde] is behoorlijk opgeroepen tegen die terechtzitting, maar zij is daar niet verschenen. Tegen [gedaagde] is verstek verleend.
1.3.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2.De beoordeling van het geschil

2.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De rechter moet daarom eerst beoordelen of Stek ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de rechter in dit kort geding moet beoordelen of de vordering in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.
2.2.
Stek voert aan dat zowel [gedaagde] als haar onderburen last hebben van lekkages, waardoor hun woongenot ernstig wordt geschaad. De onderburen kunnen huurprijsvermindering vorderen op grond van artikel 7:207 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) en /of schadevergoeding op grond van artikel 7:208 BW Pro. Stek wil dit, alsmede (verdere) schade aan de woning(en) voorkomen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is hiermee het spoedeisende belang gegeven.
2.3.
De vordering komt de voorzieningenrechter noch onrechtmatig noch ongegrond voor en wordt daarom - op de wijze zoals hierna vermeld - toegewezen.
2.4.
Stek verhuurt sinds 1 juli 2000 de woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning) aan [gedaagde] . Wanneer gedurende de looptijd van een huurovereenkomst dringende werkzaamheden aan het gehuurde moeten worden uitgevoerd, moet de huurder daartoe gelegenheid geven op grond van artikel 7:220 lid 1 BW Pro. Dringende werkzaamheden zijn niet alleen reparaties, maar alle werkzaamheden die niet zonder nadeel kunnen worden uitgesteld. [gedaagde] moet Stek dus in staat stellen om onderzoek en werkzaamheden uit te (laten) voeren. Stek heeft meerdere pogingen ondernomen een afspraak te maken met [gedaagde] . Dit is tot op heden niet gelukt. Het is daarom gerechtvaardigd [gedaagde] te verplichten onderzoek en werkzaamheden toe te laten. Vordering I wordt daarom toegewezen.
2.5.
Stek heeft daarnaast tijdelijke ontruiming van de woning gevorderd, indien [gedaagde] geen medewerking verleent onderzoek en reparatie uit te (laten) voeren. [gedaagde] pleegt obstructie en biedt geen gelegenheid tot het verrichten van de werkzaamheden. Er is dus grond voor een veroordeling medewerking te verlenen. [gedaagde] zal worden veroordeeld tot ontruiming als zij geen medewerking verleent. Deze plicht wordt beperkt en wel zo dat zij zal worden veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde gedurende de werkzaamheden, voor zover ontruiming noodzakelijk is voor de uitvoering van die werkzaamheden. Gelet op het e-mailbericht van KBM van 17 oktober 2024 zal het eerste onderzoek zich richten op de condensafvoer van de cv-ketel en de badkamervloer. Indien hierna één of meer vervolgbezoeken noodzakelijk zijn, is het aan Stek zo concreet mogelijk aan te geven waar de (vervolg)werkzaamheden plaatsvinden en welk delen van de woning [gedaagde] in dat geval dient te ontruimen.
2.6.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stek worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
136,72
- griffierecht
688,00
- salaris advocaat
715,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.717,72
2.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] te gedogen dat Stek, dan wel een door Stek in te schakelen derde, in de woning onderzoek doet naar een vanuit de woning afkomstige lekkage en zo nodig herstelwerkzaamheden uitvoert om deze lekkage te verhelpen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] , voor zover zij weigert aan de onder 3.1 opgenomen veroordeling te voldoen, uiterlijk binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, de woning tijdelijk, voor zover nodig bij herhaling (uiterlijk 24 uur tevoren kenbaar te maken per e-mail aan het bekende e-mailadres van [gedaagde] ) voor de duur van de noodzakelijk uit te voeren onderzoeken en werkzaamheden, te verlaten en de woning (deels) te ontruimen in zoverre als dat nodig is voor de te verrichten werkzaamheden en door Stek op voorhand is kenbaar gemaakt, een en ander ter uitsluitende beoordeling van Stek, waarbij zij Stek de toegang tot de woning verschaft door tijdig de sleutels van de woning aan Stek (of een door Stek aan te wijzen derde) ter hand te stellen;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.717,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2024.
3425