Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1] , V [v-nummer] , eiseres
Inleiding
Totstandkoming van het betreden besluit
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege haar medische situatie, waaronder hoge bloeddruk, heupklachten en psychische klachten. De minister wees haar aanvraag af, gesteund op adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA) dat concludeerde dat de noodzakelijke medische zorg en medicatie, waaronder Metoprolol, beschikbaar zijn in Armenië.
Eiseres betoogde dat de medicatie niet beschikbaar is en dat zij financieel en praktisch geen toegang heeft tot de zorg in Armenië. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het BMA-advies onzorgvuldig is of dat de medicatie niet beschikbaar is. Ook het beroep op feitelijke ontoegankelijkheid van zorg en mantelzorg werd verworpen omdat eiseres onvoldoende onderbouwing leverde.
Voorts stelde de rechtbank vast dat de minister niet verplicht was opnieuw te toetsen aan artikel 8 EVRM Pro omdat een eerder terugkeerbesluit deze toets al had doorstaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van uitstel van vertrek blijft in stand.