ECLI:NL:RBDHA:2024:18818

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 november 2024
Publicatiedatum
14 november 2024
Zaaknummer
NL24.31201
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening bij bezwaar tegen afwijzing uitstel van vertrek op medische gronden

Verzoekster had bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek vanwege haar medische situatie, op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit verzoek werd op 15 januari 2021 afgewezen. Vervolgens verklaarde de minister bij besluit van 7 augustus 2024 het bezwaar van verzoekster ongegrond.

Verzoekster stelde beroep in tegen het bestreden besluit en verzocht daarnaast de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter overwoog dat nu op hetzelfde moment uitspraak werd gedaan in de bodemzaak (zaaknummer NL24.31200), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.L. Boxum en griffier S. Derks en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van het uitstel van vertrek wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.31201

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , [v-nummer] , verzoekster

(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en
de Minister van Asiel en Migratie [1] ,
(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).

Inleiding

Bij besluit van 15 januari 2021 heeft de minister de aanvraag van verzoekster om haar vanwege haar medische situatie uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen.
Bij besluit van 7 augustus 2024 heeft de minister het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (NL24.31200). Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overweging

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.31200, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening hangende beroep is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek hangende beroep af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Boxum, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.