ECLI:NL:RBDHA:2024:18824
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging Afghaanse bewaker naar Nederland bevestigd
Eiser, een voormalige bewaker voor de Nederlandse strijdkrachten in Afghanistan, verzocht op 25 december 2022 om overbrenging naar Nederland voor zichzelf en zijn gezin. Verweerder, de minister van Buitenlandse Zaken, wees dit verzoek af omdat eiser niet behoorde tot de groepen die in de Kamerbrief van 11 oktober 2021 waren aangewezen voor overbrenging.
Eiser stelde dat hij wel degelijk bekend had moeten zijn bij verweerder op 11 oktober 2021 en dat het zorgvuldigheidsbeginsel werd geschonden door te eisen dat hij zelf een verzoek moest indienen. Daarnaast wees hij op tekortkomingen bij de evacuatie en het willekeurige karakter van de afbakening van de groepen. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder het verzoek terecht heeft afgewezen, omdat het beleid een duidelijke en eindige afbakening kent en eiser zich pas na de peildatum had gemeld.
De rechtbank stelde vast dat de hoorplicht niet was geschonden en dat het beroep op fundamentele rechten geen succes had omdat Nederland niet verplicht is tot evacuatie. De toezeggingen van de minister van Defensie over herbeoordeling van ASG-bewakers waren niet relevant voor dit besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om overbrenging wordt ongegrond verklaard.