ECLI:NL:RBDHA:2024:18838
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing aftrek specifieke zorgkosten in inkomstenbelasting 2021
De erflaatster heeft voor het jaar 2021 aangifte inkomstenbelasting gedaan met een belastbaar inkomen van €19.233 en gaf specifieke zorgkosten aan van €4.298, waaronder €1.900 aan vervoerskosten. Na haar overlijden in november 2022 is aan de erfgenamen een aanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van €23.280, waarbij slechts €251 aan specifieke zorgkosten in aftrek werd toegelaten en de vervoerskosten buiten beschouwing bleven.
De erfgenamen maakten bezwaar tegen deze aanslag en stelden dat de vervoerskosten betrekking hadden op het vervoer van de erflaatster met een auto van haar dochter. De rechtbank oordeelt dat eisers niet hebben aangetoond dat deze kosten daadwerkelijk op de erflaatster drukken, dat zij het gevolg zijn van ziekte of invaliditeit, noch dat deze hoger zijn dan kosten die een vergelijkbare belastingplichtige zonder ziekte zou maken.
Verder is geoordeeld dat het hoorrecht niet is geschonden omdat verweerder de erfgenamen in de vooraankondiging van de uitspraak op bezwaar heeft gewezen op hun hoorrecht en een redelijke termijn voor reactie heeft gegeven. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de aanslag is niet te hoog vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2021 is ongegrond verklaard en de aanslag blijft ongewijzigd.