ECLI:NL:RBDHA:2024:18842
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep asielaanvraag wegens prematuur ingediende ingebrekestelling
De opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 3 oktober 2024 waarin zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard. De reden was dat de ingebrekestelling prematuur was ingediend, waardoor het beroep niet ontvankelijk was.
De rechtbank heeft in het verzet alleen getoetst of er redelijke twijfel bestond over het eindoordeel van niet-ontvankelijkheid. De opposant stelde dat er divergentie bestaat tussen verschillende zittingsplaatsen en dat prejudiciële vragen zijn gesteld, waardoor geen sprake zou zijn van redelijke twijfel uitsluiting. Tevens wees hij op het negatieve effect van vereenvoudigde behandeling dat hoger beroep uitsluit.
De rechtbank oordeelde dat deze argumenten onvoldoende zijn om twijfel te rechtvaardigen. De zittingsplaats heeft eerder in gelijke zaken hetzelfde standpunt ingenomen en ook bij behandeling ter zitting zou dit standpunt zijn gehandhaafd. Het bestaan van prejudiciële vragen en het ontbreken van hoger beroep zijn geen reden om af te zien van vereenvoudigde afdoening.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzet ongegrond en handhaafde de uitspraak van 3 oktober 2024. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.