Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Zicht op uitzetting
Lichter middel
Termijnoverschrijding
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De eiser, van Algerijnse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van zijn vreemdelingenbewaring die op 29 mei 2024 is opgelegd. Hij betoogt dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting is, dat geen lichter middel is toegepast, dat hij detentieongeschikt is en dat de bewaartermijn de wettelijke termijn van 75 dagen overschrijdt, wat volgens hem strijdig is met het EVRM en uitspraken van het HvJEU.
De minister stelt dat er wel degelijk zicht is op uitzetting, verwijst naar regelmatige rappel bij Algerijnse autoriteiten en benadrukt dat eiser niet meewerkt aan zijn terugkeer. Ook is volgens de minister voldoende gemotiveerd waarom geen lichter middel is toegepast en zijn er geen medische klachten gebleken die detentieongeschiktheid aantonen.
De rechtbank oordeelt dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt, mede omdat eiser niet meewerkt aan vertrek en er geen aanwijzingen zijn dat Algerije niet zal meewerken aan het verstrekken van documenten. De enkele stelling van detentieongeschiktheid is onvoldoende onderbouwd. Verder is de beoordeling van het toepassen van een lichter middel eerder al als juist beoordeeld. De rechtbank vindt ook geen schending van de maximale bewaartermijn, omdat de wet een maximale duur van 6 maanden met verlenging tot 12 maanden toestaat.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.