ECLI:NL:RBDHA:2024:18870
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring wegens voldoende voortvarendheid minister
De minister van Asiel en Migratie heeft op 23 mei 2024 aan eiser een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en zich gebaseerd op de ingediende stukken.
Eiser voert aan dat er geen redelijk vooruitzicht is op verwijdering en dat de minister onvoldoende voortvarend handelt, onder meer omdat de minister een kopie van zijn paspoort niet aan de Marokkaanse autoriteiten zou hebben overgelegd. De minister stelt dat de aanvraag voor een laissez-passer op 4 juni 2024 is ingediend bij de Marokkaanse autoriteiten en dat er meerdere rappels zijn geweest. Tevens wijst de minister op de medewerking van eiser, die niet meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit.
De rechtbank stelt vast dat het zicht op uitzetting aanwezig is en dat de minister voldoende voortvarend handelt. Ook de ambtshalve toetsing leidt tot de conclusie dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig was. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard.