ECLI:NL:RBDHA:2024:1888

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 februari 2024
Publicatiedatum
16 februari 2024
Zaaknummer
NL23.36638
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbAlgemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 21 november 2023, waarin zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tegelijkertijd heeft verzoeker bij de voorzieningenrechter een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen dit besluit.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en afgewogen. Daarbij is meegewogen dat op dezelfde dag al een uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.36637). Gezien deze situatie is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.F. Bethlehem en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.36638

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.M. Polman),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 21 november 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [1] uitspraak
zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.36637, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde
publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.