Uitspraak
1.ECLI:EU:C:2021:127.
Medische situatie
Lichter middel
2.ECLI:NL:RVS:2022:28.
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Iraanse nationaliteit, werd op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 in bewaring gesteld vanwege weigering mee te werken aan terugkeer naar Duitsland, waar zij verblijfsrecht heeft. De minister stelde dat de openbare orde dit vereiste en dat de noodzakelijke documenten voor terugkeer aanwezig of binnenkort aanwezig zouden zijn.
Eiseres voerde aan dat zij niet actief weigerde mee te werken en dat haar medische situatie onvoldoende in acht was genomen, waardoor de maatregel onevenredig bezwarend zou zijn. Tevens stelde zij dat een lichter middel, zoals een meldplicht, passend zou zijn geweest.
De rechtbank oordeelde dat uit het dossier blijkt dat eiseres expliciet heeft verklaard niet naar Duitsland te willen terugkeren en geen pogingen heeft ondernomen om zelfstandig te vertrekken. De medische omstandigheden zijn meegenomen en de zorg binnen het detentiecentrum wordt als adequaat beoordeeld. Ook is niet gebleken dat er geld in beslag is genomen en dat een lichter middel volstaat.
De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig en proportioneel is opgelegd en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.