ECLI:NL:RBDHA:2024:18903
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig besluit en maatregel bij bijstandsuitkering
Eiser diende op 2 mei 2022 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Participatiewet, die aanvankelijk werd afgewezen wegens het niet aanleveren van gevraagde documenten. Na bezwaar en een ingebrekestelling besloot het college uiteindelijk op 12 juli 2023 alsnog bijstand toe te kennen over de periode 2 mei tot 31 mei 2022, maar legde een maatregel van 100% verlaging van de uitkering op wegens vermeend tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
De rechtbank oordeelt dat het college niet tijdig heeft beslist op het bezwaar en verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond, waarbij zij de dwangsom vaststelt op €1.442,-. Daarnaast vernietigt de rechtbank het besluit over de maatregel omdat het college onvoldoende rekening hield met de omstandigheden dat eiser bewust had gewacht met zijn aanvraag.
De rechtbank stelt de maatregel daarom definitief vast op 0% voor de duur van een maand. Tevens wordt het griffierecht van €50,- aan eiser vergoed. De rechtbank benadrukt dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiser verwijtbaar heeft gehandeld en dat het college de maatregel niet op redelijke wijze heeft afgestemd op de persoonlijke situatie van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de dwangsom vastgesteld op €1.442,- en de maatregel op 0% voor een maand vastgesteld.