ECLI:NL:RBDHA:2024:19001
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser, van Somalische nationaliteit, diende op 5 juni 2024 een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser reeds eerder een vergunning had gekregen die later wegens openbare orde werd ingetrokken, mede vanwege zware geweldsdelicten en een inreisverbod.
Eiser stelde dat hij nieuwe feiten had aangevoerd, namelijk dat hij in Somalië als afvallige wordt gezien en daardoor risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat dit motief niet tijdens het gehoor was genoemd en dat het verwesterde terugkeermotief niet gelijkgesteld kan worden aan afvalligheid. Eiser kreeg meerdere kansen om nieuwe feiten te melden, maar deed dat niet.
De rechtbank constateerde een formeel gebrek in de ondertekening van het besluit, maar paste artikel 6:22 Awb Pro toe omdat geen belangen van eiser waren geschaad. De minister handelde volgens de samenwerkingsplicht en was bevoegd het besluit te nemen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.