ECLI:NL:RBDHA:2024:19006
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie heeft op 9 september 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd reeds eerder door de rechtbank getoetst en toen rechtmatig bevonden tot het sluiten van het onderzoek op 17 september 2024.
Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. Hij betoogde dat de minister onvoldoende voortvarend was in de uitzetting naar Algerije, aangezien hij sinds 22 juni 2024 in bewaring zit en de Algerijnse autoriteiten nog geen laissez-passer hadden afgegeven.
De rechtbank concludeerde na beoordeling van de voortgangsrapportage dat de minister op verschillende momenten contact heeft gezocht met de Algerijnse autoriteiten en een vertrekgesprek met eiser heeft gevoerd. De vertraging wordt toegeschreven aan de Algerijnse autoriteiten, aan wie enige tijd gegund moet worden. Tevens werd gewezen op het ontbreken van eigen inspanningen van eiser om zijn terugkeer te bespoedigen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter S.A. van Hoof en griffier D.M. Abrahams en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.