ECLI:NL:RBDHA:2024:19022
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaken tegen niet-ontvankelijkverklaring Kroatië
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Asiel en Migratie waarin hun asielaanvragen niet in behandeling werden genomen omdat Kroatië als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen op grond van het Dublin-verdrag. Zij verzochten tevens om een voorlopige voorziening om de behandeling van hun aanvragen af te dwingen.
De voorzieningenrechter behandelde de verzoeken samen met andere vergelijkbare zaken tijdens een zitting op 12 november 2024. Kort daarvoor had de rechtbank uitspraak gedaan op de hoofdbeslissingen in de gerelateerde zaken, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel.
Op grond hiervan wees de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaken.