Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 18 september 2023 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, met instemming van partijen.
De rechtbank wees het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe. De minister had de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengd, maar deze termijn is inmiddels verstreken. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en sindsdien zijn meer dan twee weken verstreken, waardoor het beroep gegrond is.
De rechtbank past het fifo-principe toe, waarbij de minister de aanvraag in februari 2025 zal behandelen, en stelt een nieuwe beslistermijn tot uiterlijk 2 mei 2025 vast. Voor elke dag overschrijding van deze termijn moet de minister een dwangsom van €100 betalen, met een maximum van €7.500.
De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €437,50. De minister wordt opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.