Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 17 oktober 2023 voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen hiermee instemden. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen heeft beslist, ondanks een geldige ingebrekestelling door eisers en het verstrijken van meer dan twee weken daarna.
De rechtbank past het fifo-principe toe, zoals eerder vastgesteld in een uitspraak van 16 augustus 2024, en stelt een nieuwe beslistermijn vast tot uiterlijk 30 mei 2025. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Tot slot veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eisers en in de vergoeding van het betaalde griffierecht. De minister wordt opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.