ECLI:NL:RBDHA:2024:19047

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 november 2024
Publicatiedatum
19 november 2024
Zaaknummer
NL24.21684
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na niet-ontvankelijk beroep niet tijdig beslissen

De rechtbank Den Haag heeft op 19 november 2024 uitspraak gedaan over een verzoek van meerdere verzoekers tot veroordeling van de minister van Asiel en Migratie in de proceskosten. Dit verzoek volgde nadat verzoekers hun beroep tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag hadden ingetrokken. De minister had op 17 oktober 2024 alsnog een beslissing genomen.

De rechtbank overwoog dat het verzoek op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen kan worden toegewezen indien sprake is van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen door het bestuursorgaan. Omdat het tweede beroep van verzoekers tegen het niet tijdig beslissen was ingesteld voordat de maximale dwangsom was bereikt, was dit beroep niet ontvankelijk volgens het landelijk beleid van 25 maart 2020.

Daarmee was er geen sprake van een ontvankelijk beroep en geen reden voor proceskostenveroordeling. De rechtbank wees het verzoek dan ook als kennelijk ongegrond af en deed dit zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier B.A. Smit.

Uitkomst: Het verzoek tot veroordeling van de minister in de proceskosten wordt afgewezen als kennelijk ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.21684

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

v-nummer: [nummer],

[naam],

v-nummer: [nummer],

[naam],

v-nummer: [nummer],

[naam],

v-nummer: [nummer],

[naam],

v-nummer: [nummer],

[naam],

v-nummer: [nummer],
gezamenlijk: verzoekers,
(gemachtigde: mr. F. van Dijk),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Overwegingen

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het verzoek om de minister te veroordelingen in de vergoeding van de proceskosten. Het verzoek is ingediend nadat verzoekers hun beroep tegen het niet tijdig beslissen hebben ingetrokken. De minister heeft op 17 oktober 2024 op de aanvraag van verzoekers beslist.
2. Omdat het verzoek als kennelijk ongegrond wordt afgewezen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

3. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dat is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
4. Verzoekers hebben eerder, in 2023, beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op de aanvraag van 9 augustus 2022. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in de uitspraak van 15 maart 2024 dat beroep gegrond verklaard en een beslistermijn van acht weken opgelegd. Wanneer de minister hier niet aan voldeed verbeurde hij een dwangsom van € 100,- per dag, met een maximum van € 7.500,-.
5. De rechtbank overweegt dat volgens het landelijk beleid van 25 maart 2020 een opvolgend beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk wordt verklaard als het is ingesteld voordat de maximale dwangsom is volgelopen. [1] Verzoekers hebben het tweede (onderhavige) beroep tegen het niet tijdig beslissen ingediend op 21 mei 2024. Dat betekent dat de maximale dwangsom nog niet was volgelopen.

Conclusie en gevolgen

6. Nu er geen sprake was van een ontvankelijk beroep, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoeker in de zin van artikel 8:75a van de Awb. De rechtbank wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekend gemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/beleidslijn-beroepen-niet-tijdig-vr.pdf.