Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De aanvraag werd ontvangen op 1 juni 2023. De minister heeft de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengd, maar deze termijn is inmiddels verstreken zonder dat een besluit is genomen.
De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder zitting, waarbij eiseres werd vrijgesteld van griffierecht. De rechtbank constateert dat eiseres de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien meer dan twee weken zijn verstreken, waardoor het beroep gegrond is. De rechtbank past het fifo-principe toe, waarbij de minister de aanvraag naar verwachting in december 2024 in behandeling kan nemen, en legt een nieuwe beslistermijn tot 1 maart 2025 op.
Daarnaast wordt een bestuurlijke dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor overschrijding van deze termijn. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €437,50. De uitspraak is gepubliceerd op 19 november 2024.