ECLI:NL:RBDHA:2024:19066
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijheidsbeperkende maatregel na kennelijk ongegronde afwijzing asielaanvraag
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die op 8 oktober 2024 als kennelijk ongegrond werd afgewezen met toepassing van artikel 30b Vreemdelingenwet. Vervolgens legde de minister op 24 oktober 2024 een vrijheidsbeperkende maatregel op, waarbij eiser verplicht werd te verblijven op de locatie Ter Apel. Eiser stelde dat het opleggen van deze maatregel onrechtmatig was, omdat hij niet direct een verzoek om voorlopige voorziening kon indienen via het digitale portaal en dat de maatregel disproportioneel was.
De rechtbank overwoog dat eiser op grond van de wet geen rechtmatig verblijf had, ook niet vanaf 25 oktober 2024 toen alsnog een verzoekschriftprocedure werd gestart. Het standpunt van eiser dat het onmogelijk was een voorlopige voorziening in te dienen werd niet onderbouwd. De rechtbank achtte de maatregel proportioneel gezien het belang van de overheid bij het vertrek van de vreemdeling en het ontbreken van rechtmatig verblijf.
Daarnaast werd het verzoek van eiser om uitgeplaatst te worden naar een AZC buiten de reikwijdte van dit geding geplaatst, omdat dit bij het COa ligt en niet bij de minister. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen rechtmatig verblijf heeft en de maatregel proportioneel is.