ECLI:NL:RBDHA:2024:19073
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens niet-ontvankelijkheid
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 12 november 2024, waarbij verzoeker niet aanwezig was vanwege verhindering. De minister werd vertegenwoordigd door gemachtigden.
De rechtbank heeft in een uitspraak op dezelfde dag het beroep ongegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Op grond hiervan wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en griffier M.C. Drenten-Boon, en is definitief omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep ongegrond is verklaard.